ATELIER DE DRIE TULPEN

Ieder jaar bloeit de goudenregen. Volgens bepaalde kuren kunnen bloesems helpen om conflicten op te lossen nog voordat ze écht een probleem worden.
Nu bloeit er in mijn achtertuin ieder voorjaar de goudenregen uitbundig. Rond de lange prachtig goudgele vlinderbloemtrossen hangt dan een heerlijke zoetige geur. Het is een tijdelijke hangplek voor talloze wespen, hommels en bijen. Een drukte van belang, een gezoem van jewelste. Feestelijk!
Daarna ligt mijn achtertuin net zo uitbundig vol met bloesem. Op de varens, het vingerhoedskruid, de monnikskap, de hortensia’s, de hosta’s, de papavers, de stokrozen, de puntwederik en in het waterbadje voor de padden. Eerst ligt mijn achtertuin vol krentenbloesem, daarna komen de bloesems van de blauweregens, vervolgens die van de goudenregen met tussendoor al wat rozenblaadjes en daarna ook nog de bruidsboom van de buren. Ook waait bloesem mijn huis binnen door de tuimelramen op de bovenste verdieping.
Zo rond mijn zeventiende las ik het boek Ieder jaar bloeit de goudenregen van Leni Saris. Ze schreef het in 1958. Haar boeken gaan over de liefde in een wereld met aardige mensen en ze hebben altijd een happy end. De inhoud van dat goudenregenboek ben ik vergeten maar op de een of andere manier is die titel mij altijd bijgebleven. Zo bekeken is bloesem nooit ver weg.
Juni 2019

Lichter. Met een korte sprint haal ik op Amsterdam CS nog nét de trein van 18.40 richting Weesp. Het is druk en ik zie dat er bij het raam nog een plaatsje vrij is op zo’n verhoogde vierzits. Wel ligt er een zwarte rugzak en zitten er drie reizigers strak knie aan knie. ‘Mag ik daar zitten?’. Vier knieën gaan wat opzij maar ik kan er onmogelijk tussendoor. De vrouw aan het gangpad gaat toch maar opstaan, de man blijft zitten en pakt de rugzak. ‘Mooie rok hebt U aan. vrolijk met al die bloemen’.
Ik schuif voorzichtig naar de vrijgekomen plek en kom te zitten tegenover een telefonerende vrouw. Ze hangt ontspannen tegen het raam en er glijdt een lachje over haar gezicht als we elkaar even aankijken.
‘Ik ga ze morgen de hele dag wassen. Het zit niet in de huid hè maar het ligt er op. De vorige keer was het gelijk droog maar nu is het nog steeds nat. Het kán wel hoor maar ik ga ze morgen de hele dag wassen. Dan worden ze vanzelf lichter’. Dan is ze even stil en zegt: ‘Ja, je moet veel water gebruiken’.
Onze knieën raken elkaar en voorzichtig werp ik een niet al te rechtstreekse blik op haar wenkbrauwen. Twee diepzwarte balkjes van 1 centimeter hoog en pakweg tien centimeter breed. ‘De vorige keer toen ik ze liet verven waren ze niet zo zwart maar ik ga ze morgen de hele dag wassen en dan worden ze vanzelf lichter’, herhaalt ze in haar mobiel. Morgen is het Hemelvaartsdonderdag. Ooit stonden mensen dan al om drie uur ‘s nachts op om zingend en blootsvoets op het gras te dansen. De waterdauw op het gras zou een zuiverende werking hebben. Daar werden zij lichter van.
Mei 2019

Glenn Millergirl en Beatlesbabe. Voor familie, vrienden en zo nog wat mensen ben ik al meer dan twintig jaar de uitgever van het nét kostendekkende, papieren en handgemaakte lees- en kijkboek Confetti. Vol met tekeningetjes, schilderijtjes, gedichten, een versje, citaten, een kort verhaal, schetsen, krabbels, herhalingen, overwegingen, ervaringen, gedachten, woorden en fragmenten. www.dagboekbladen.nl/
Elke twee maanden verzin ik iets voor hen, stop dat als het klaar is in een speciaal voor dat doel aangepaste envelop en frankeer ze met de elk jaar duurder wordende postzegels. Behalve de envelop voor de Glenn Millergirl uit de Muziekwijk. Ze is mijn vriendin en woont op ongeveer 450 meter afstand van mijn atelierhuis. Ruim duizend stappen. Ik breng haar persoonlijk eens in de twee maanden een gevulde envelop en ik krijg eens in de twee maanden persoonlijk van haar dezelfde envelop leeg terug. Terwijl ik in haar bijzijn kijk of de envelop ook echt leeg is kom ik als Beatlesbabe getekend door Glenn Millergirl tevoorschijn met gelakte nagels, een fraaie oorring, een armbandje om mijn omhooggestoken arm en de haren in coupe nonchalant.
Mei 2019

Dooi hangt best mooi. Naar de opening van de Europa ZomerExpo2019 in Heino/ Kasteel Nijenhuis en in Zwolle/ Museum de Fundatie. Alles bekijken en er wat van vinden samen met mijn tweelingbroer. ‘Ben je tevreden hoe het hangt’, vraagt hij. Ik kijk nog eens goed, doe wat stappen achteruit en concludeer dat het oké is. Dooi hangt best mooi. Hooguit hangt het schilderijtje wat hoog aan de muur waardoor de gebruikte materialen niet zo te zien zijn maar als geheel komt het wel tot zijn recht tussen die enorme hoeveelheid aan beelden. Het is een veelzijdige afwissende tentoonstelling. Petje af voor de organisatie.
https://www.rtvoost.nl/media/135982/Een-van-de-selectiedagen-voor-de-Zomerexpo
zomerexpo.nl/collectie-zomerexpo/
https://www.rtvoost.nl/nieuws/313004/ZomerExpo-in-de-Fundatie-pretentieloos-en-met-een-blik-op-Europa
Mei 2019

Paradijs voor de papiervis. In mijn atelier staat mijn dagboekenkast met de titel: Paradijs voor de papiervis. Die visjes wonen óók op mijn atelier en eten het liefst papier. Je zou kunnen stellen dat ze van de dagboeken leven. Mijn dagboeken zitten vól met van alles: bladzijden (hand!) geschreven tekst, foto’s (ook slechte en lelijke), scheursels, kattenbelletjes van anderen, tekeningen en schilderijtjes, printjes van e-mails, brieven (ah!… over de liefde en de dood!), versjes en gedichten (wát is het verschil?), krabbels, nou ja… ga zo maar door. Een kast vol verhalen. En zoals dat gaat als je ouder en ouder wordt: de spulletjes in mijn kast worden dat ook. Vraag: ‘Is het wel verstandig om dat allemaal te bewaren?’ Antwoord: ‘Dat weet ik niet!’ Héél lang hield alles zich héél rustig in mijn kast. Maar het is alsof het bewaarde daar nu niet meer wil blijven. Er zit niks anders op dan erover te vertellen. Heden en verleden, fantasie en werkelijkheid wervelen door elkaar, net als in mijn hoofd.
Mei 2019

Schuiven naar boven